De Tibetaanse Spaniel

Geschiedenis

De Tibetaanse spaniel wordt tot een van de oudste kleine honden gerekend. Het verspreidingsgebied van dit hondenras ligt oorspronkelijk in Darjeeling in India en in de aangrenzende gedeelten van Tibet, alsmede in de omgeving van Lhasa.

In Tibet werden deze kleine honden voornamelijk gehouden in de dorpsgemeenschap. Slechts de allermooiste en kleinste honden vonden hun weg als geschenk naar de kloosters. De hondjes worden hierdoor ook wel "gebedshondjes" genoemd. Deze benaming berust op een legende waarbij ze door de Boeddhistische monniken werden afgericht om de gebedsmolens te draaien.

De rol van huishond en waakhond is dit uiterst alerte hondje door de eeuwen heen op het lijf geschreven. Bovendien wordt de hond, met zijn gemakkelijk te verzorgen zijdeachtige beharing, om zijn vrolijke, levendige karakter gewaardeerd tegenover onbekenden reageren ze in de regel enigszins afstandelijk, maar als ze de nieuwe bezoekers eenmaal kennen zullen ze hen als een deel van het gezin aanvaarden.

De Tibetaanse Spaniël kan een hoge leeftijd bereiken. Omdat het een gezond natuurlijk ras is blijven de honden vaak levenslustig tot een leeftijd van circa 15 jaar.




Uiterlijke verschijning

De Tibetaanse spaniel is een sierlijke kleine hond met een zijdezachte beharing. De hond is aan de punt van de oren en aan de achterzijde van de ledematen sterk bevederd. De halskraag is sterk ontwikkeld en de volle uitstaande pluimstaart wordt gekruld over de rug gedragen.

De schouderhoogte is ongeveer 25,4 cm; het gewicht ligt tussen de 4,1 en 6,8 kg. Alle kleuren en kleurcombinaties zijn bij dit ras toegestaan. De meest voorkomende kleur is echter goudkleurig.




Verzorging en opvoeding

De Tibetaanse spaniel is vrij eenvoudig te verzorgen: borstel de vacht regelmatig en controleer dan ook de oren.

De hond is niet moeilijk op te voeden; hij of zij begrijpt snel wat u bedoelt. Blijf wel consequent, want een Tibetaanse spaniel kan zeer eigenwijs zijn.

De hond is lief voor kinderen en kan het goed vinden met andere huisdieren, vooral als zij van hun jeugd af hieraan gewend zijn.

Veel beweging hebben de honden niet nodig: driemaal daags een wandeling en daarnaast wat los rennen en spelen in de tuin of het park zullen hem of haar in een goede conditie houden.